ECLI:NL:RBDHA:2023:18605
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris in een strafzaak waarin hij verdachte is, omdat hij meent dat de rechter-commissaris bewijs niet heeft beoordeeld en een beslissing heeft genomen op basis van onjuiste informatie van de reclassering.
De wrakingskamer stelt dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarbij de verzoeker concrete omstandigheden moet aanvoeren. Het wrakingsverzoek baseert zich op de inhoud van een tussenbeslissing, die volgens de kamer geen grond voor wraking kan zijn.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek niet toewijsbaar is en dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.