ECLI:NL:RBDHA:2023:18611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling van aanvraag verblijfsvergunning wegens niet persoonlijk indienen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als partner te verblijven. De staatssecretaris heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser niet persoonlijk is verschenen bij het IND-loket, wat wettelijk verplicht is. Eiser werd tweemaal uitgenodigd maar verscheen niet en betaalde ook geen leges.
Eiser stelde dat hij vrijgesteld was van het mvv-vereiste op grond van het Besluit 1/80 omdat hij familielid zou zijn van een Turkse werknemer. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet met stukken heeft aangetoond en dat de overgelegde documenten niet in het dossier zijn teruggevonden. Hierdoor geldt het vereiste van persoonlijke indiening wel voor hem.
Verder voerde eiser aan dat de staatssecretaris had moeten afzien van de buiten behandeling stelling en het vereiste van persoonlijke indiening, maar de rechtbank vond dat de staatssecretaris dit voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.