ECLI:NL:RBDHA:2023:18615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsaanvragen gezinsleden op grond van onjuiste gezinsbandbeoordeling
Eisers, meerderjarige kinderen van referente die sinds 2020 rechtmatig in Nederland verblijft, vroegen om verblijf als familie- of gezinslid. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat volgens hem geen sprake was van gezinsverband ten tijde van de mvv-aanvragen. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte alleen de situatie na vertrek van referente naar Nederland heeft betrokken, terwijl ook de gezinssituatie ten tijde van vertrek uit Suriname leidend moet zijn volgens de Werkinstructie 2020/16.
Daarnaast heeft verweerder omstandigheden na de datum van de mvv-aanvragen betrokken, wat niet is toegestaan. De rechtbank stelt vast dat verweerder onjuist heeft geoordeeld dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat, wat van belang is voor de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. Hierdoor kleeft een motiveringsgebrek aan het besluit.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.