ECLI:NL:RVS:2023:1417
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verbroken gezinsband bij mvv-aanvraag jongvolwassene na noodgedwongen vertrek uit Eritrea
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een Eritrese jongvolwassene om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling was in 2010 noodgedwongen uit Eritrea vertrokken en had daarna meerdere jaren zelfstandig in Soedan en Zuid-Afrika gewoond zonder contact met zijn referent, die in Nederland verbleef. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de gezinsband was verbroken.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank ten onrechte de contra-indicatie 'zelfstandig wonen' niet had meegewogen en dat het criterium van zelfstandig en moeiteloos kunnen handhaven niet exclusief geldt. De Afdeling bestuursrechtspraak verduidelijkte dat zelfstandig wonen en het succesvol zelfstandig vormgeven van het leven kan leiden tot de conclusie dat de gezinsband is verbroken, ook als het vertrek noodgedwongen was.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de gezinsband was verbroken gezien het langdurige zelfstandig wonen en het langdurig ontbreken van contact met de referent. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond omdat de feitelijke gezinsband is verbroken.