ECLI:NL:RBDHA:2023:18639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens niet tijdig horen vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring van 3 november 2023 beoordeeld. De staatssecretaris had eiser in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet tijdig is gehoord binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift, omdat hij niet aanwezig was in het detentiecentrum Rotterdam maar in het detentiecentrum Schiphol verbleef.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig horen van eiser leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring, waarbij de oorzaak ligt bij een verkeerde registratie in het Strafrechtketendatabank (SKDB) en het niet informeren van de rechtbank over de juiste verblijfplaats. Dit risico ligt bij de staatssecretaris en kan niet aan eiser worden toegerekend.
Gelet op deze onrechtmatigheid verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring met ingang van 30 november 2023. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding van €100 toe voor één dag onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €1.674.
De uitspraak is gedaan door rechter G.H.W. Bodt en griffier N. El Amrani en is openbaar bekendgemaakt op 30 november 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig en wordt per direct opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.