ECLI:NL:RVS:2018:1167
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten na onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling was op 30 oktober 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij had tegen dit besluit beroep ingesteld, maar dit beroep op 8 november 2017 ingetrokken. Vervolgens stelde hij op 21 maart 2018 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de bewaring. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte het beroep van 21 maart 2018 als een beroep tegen het voortduren van de bewaring (artikel 96 Vw Pro 2000) had opgevat, terwijl het een beroep tegen het oorspronkelijke besluit (artikel 94 Vw Pro 2000) betrof. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank daarmee een procedurefout had gemaakt en dat de vreemdeling niet ter zitting was gehoord, wat een schending van de wettelijke hoorplicht inhoudt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep tegen de bewaring betrof en bepaalde dat de bewaring per direct werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode van 30 maart 2018 tot de dag van opheffing van de bewaring. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.