ECLI:NL:RBDHA:2023:18663

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 november 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
NL23.1133
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Versnelde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:90 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij verzoek schadevergoeding na inwilliging asielaanvraag

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank had eerder verweerder opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen. Nadat verweerder de asielaanvraag had ingewilligd, handhaafde eiser het beroep met het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van verweerder.

De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang, nu de aanvraag is ingewilligd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat eiser niet eerst schriftelijk bij verweerder om schadevergoeding had verzocht, zoals vereist volgens de Awb.

De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op €418,50, vanwege het terecht instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.

De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier R. de Mul en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.1133

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft op 8 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 september 2020. Bij uitspraak van 6 juli 2022 met kenmerk NL22.3971 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, verweerder opgedragen om binnen zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit te nemen op eisers asielaanvraag.
Eiser heeft op 13 januari 2023 wederom beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 31 maart 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiser meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op de vraag of verweerder ten opzichte van eiser onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Niet tijdig beslissen
1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Verzoek om schadevergoeding
2. Eiser verzoekt de rechtbank om op grond van artikel 8:88, eerste lid, onder c dan wel onder d van de Awb te bepalen dat verweerder tegenover eiser onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is. Eiser verzoekt om een schadevergoeding ter hoogte van € 7.500. Eiser stelt hiertoe dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is omdat hij heeft nagelaten gevolg te geven aan de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 6 juli 2022. Eiser zoekt voor de hoogte van de schadevergoeding aansluiting bij het beleid wat door de LOVB [2] is vastgesteld op 25 maart 2020 ten aanzien van de beroepen niet tijdig in het vreemdelingenrecht.
3. Op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot een schadevergoeding. Op grond van artikel 8:90, eerste lid, van de Awb dient een verzoek om schadevergoeding schriftelijk te worden ingediend bij de bestuursrechter. Op grond van het tweede lid van dit artikel dient de belanghebbende ten minste acht weken voor het indienen van het schadevergoedingsverzoek bij de bestuursrechter het betrokken bestuursorgaan schriftelijk om schadevergoeding te vragen, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser pas in beroep een verzoek heeft gedaan om schadevergoeding. Niet is gebleken van omstandigheden waaruit zou moeten blijken dat van eiser redelijkerwijs niet verwacht kan worden verweerder eerst om schadevergoeding te vragen. Gelet hierop zal eisers verzoek om een schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard.
Proceskosten
5. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op
€ 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht.