ECLI:NL:RBDHA:2023:18714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne niet onrechtmatig verklaard
Eiser, een derdelander uit Oekraïne, betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de toepasselijke Europese richtlijn en het uitvoeringsbesluit.
De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding af, ondanks lopende hoger beroepsprocedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij bevestigt de bevoegdheid van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming tussentijds te beëindigen, zoals eerder geoordeeld in een meervoudige kamer uitspraak. Tevens wordt het beroep verworpen dat de beëindiging in strijd zou zijn met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
Verder oordeelt de rechtbank dat de beëindiging niet in strijd is met het recht op family life en het recht op privéleven zoals beschermd door het Handvest van de grondrechten van de EU en het EVRM. Eiser kan een reguliere verblijfsvergunning aanvragen, waarbij persoonlijke omstandigheden kunnen worden meegewogen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.