ECLI:NL:RBDHA:2023:18765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander niet onrechtmatig
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank verwees naar een eerdere meervoudige kameruitspraak waarin werd bevestigd dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiseres valt, tussentijds te beëindigen. Daarbij werd geoordeeld dat de beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat een voornemenprocedure volstaat zonder individueel gehoor.
Eiseres voerde aan dat het besluit onevenredig is en onvoldoende gemotiveerd, mede omdat zij een baan heeft en zichzelf kan onderhouden. De rechtbank verwierp deze gronden en verwees naar een eerdere uitspraak waarin de motivering en proportionaliteit van het besluit waren bevestigd. Het feit dat eiseres niet langer aanspraak kan maken op voordelen verbonden aan tijdelijke bescherming is inherent aan het besluit en niet onrechtmatig.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.