ECLI:NL:RBDHA:2023:18799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielverzoek wegens Dublinverordening
Eiser diende op 28 februari 2023 een asielverzoek in Nederland in nadat hij op 30 januari 2023 al een asielaanvraag in Zwitserland had gedaan. Verweerder stelde dat Zwitserland verantwoordelijk was voor de behandeling op basis van de Dublinverordening en nam het verzoek niet in behandeling. Eiser betoogde dat Nederland verantwoordelijk is omdat zijn echtgenote in Nederland verblijft en hij het verzoek in Zwitserland impliciet had ingetrokken door het land te verlaten voordat de procedure was afgerond.
De rechtbank overwoog dat de situatie van eiser vergelijkbaar is met het arrest H. en R. van het Hof van Justitie, waarin is bepaald dat in een dergelijke situatie artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening van toepassing is. Verweerder had de Zwitserse autoriteiten niet geïnformeerd over het huwelijk van eiser en het asielverzoek van zijn echtgenote in Nederland, waardoor Zwitserland niet kon beoordelen of Nederland verantwoordelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit onzorgvuldig had voorbereid en dat eiser terecht een beroep kon doen op artikel 10 van Pro de Dublinverordening. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.