Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] V-nummer: [v-nummer] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Wat aan het besluit vooraf is gegaan.
Het bestreden besluit
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Jemenitische nationaliteit, diende op 16 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000 omdat eiser sinds 24 augustus 2021 internationale bescherming geniet in Cyprus en deze bescherming nog steeds geldig is.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser eerder asiel heeft aangevraagd in Oostenrijk en dat zowel Oostenrijk als Cyprus de terugnameverzoeken van Nederland hebben afgewezen. Uit informatie van de Cypriotische autoriteiten blijkt dat de verblijfsvergunning van eiser geldig is tot ten minste 24 augustus 2024. Eiser heeft geen bewijs geleverd dat deze status is ingetrokken.
Eiser voerde aan dat hij niet kan terugkeren naar Cyprus vanwege schending van fundamentele rechten en slechte leefomstandigheden. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Cyprus zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook heeft eiser onvoldoende inspanningen verricht om bescherming te zoeken bij Cypriotische autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft afgezien van nader onderzoek en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.