ECLI:NL:RVS:2021:244
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overdracht asielzoeker naar Cyprus niet in strijd is met mensenrechten
De vreemdeling, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij vond dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling in Cyprus toegang heeft tot opvang en een daadwerkelijk rechtsmiddel.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte verouderde rapporten zwaarder had meegewogen dan recentere informatie, en dat er voldoende opvangmogelijkheden en rechtsmiddelen in Cyprus zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit en concludeerde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Cyprus geen toegang tot opvang of rechtsmiddelen heeft.
De Afdeling overwoog dat er in Cyprus verschillende opvangmogelijkheden zijn, waaronder noodopvangcentra en financiële toelagen voor particuliere huisvesting. Ook is er toegang tot kosteloze juridische informatie en rechtsbijstand onder voorwaarden. De klachten van de vreemdeling over beperkte rechtsbijstand in de bestuurlijke fase en de toegankelijkheid van rechtsmiddelen werden niet gegrond bevonden.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.