ECLI:NL:RBDHA:2023:18849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en het verzoek tot terugname door Frankrijk is aanvaard.
Eiser voerde aan dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening, vanwege de afhankelijkheid van zijn moeder die in Nederland verblijft en medische problemen heeft. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een dergelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat, mede omdat ook andere familieleden voor de moeder kunnen zorgen.
Daarnaast stelde eiser dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening van toepassing is vanwege bijzondere individuele omstandigheden, namelijk dat al zijn naaste verwanten in Nederland verblijven. De rechtbank vond dat eiser deze bijzondere omstandigheden niet voldoende heeft onderbouwd en dat de Dublinverordening geen verplichting tot behandeling op deze gronden inhoudt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.