ECLI:NL:RBDHA:2023:18948
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 24 april 2023 kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 lid 1 en Pro artikel 30b lid 1 onder a van de Vreemdelingenwet 2000.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 mei 2023 samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op het beroep zelf reeds uitspraak was gedaan in een aanverwante zaak, een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier F. Aissa en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.