ECLI:NL:RBDHA:2023:18963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken hechte persoonlijke banden en meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eisers, Iraakse broers van een referent, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij hun broer en moeder in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van hechte persoonlijke banden en een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de zorg en ondersteuning die eisers aan hun broer boden niet verder ging dan gebruikelijke broederlijke banden. Er was onvoldoende bewijs dat eisers een significante rol in de zorg voor hun broer vervulden, die bovendien ook door de moeder en referent werd verzorgd.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging door de staatssecretaris zorgvuldig en gemotiveerd was uitgevoerd, waarbij ook het middelenvereiste en het ontbreken van binding met Nederland een rol speelden. De bijzondere situatie van de broer en het gemis werden erkend, maar vormden geen grond voor afwijken van het besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.