ECLI:NL:RBDHA:2023:19018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende nieuwe relevante elementen
Eiser, van Mauritaanse nationaliteit, diende op 15 maart 2022 een opvolgende asielaanvraag in, welke door de staatssecretaris op 7 februari 2023 niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris stelde dat eiser geen nieuwe relevante elementen had aangevoerd die de beoordeling van zijn aanvraag konden beïnvloeden, mede gelet op eerdere ongegrond verklaarde aanvragen en een taalanalyse uit 2017.
Eiser bracht naar voren dat hij vreest voor ernstige discriminatie en vervolging vanwege zijn etnische afkomst en huidskleur bij terugkeer naar Mauritanië, wat volgens hem een nieuw relevant element is dat inhoudelijk beoordeeld had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een te inhoudelijke beoordeling had gegeven bij de niet-ontvankelijkverklaring, terwijl alleen de relevantie van het nieuwe element had moeten worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat ernstige discriminatie een reden kan zijn voor het verlenen van een asielvergunning en dat de staatssecretaris ten onrechte het nieuwe element als niet relevant had aangemerkt. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.