ECLI:NL:RVS:2022:2713
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van beoordelingskader voor opvolgende asielaanvragen op grond van geloofsgroei
De zaak betreft het hoger beroep van drie vreemdelingen uit Iran die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben aangevraagd op grond van hun bekering tot het christendom. De staatssecretaris verklaarde hun opvolgende aanvragen niet-ontvankelijk omdat de bekering in een eerdere procedure als ongeloofwaardig was beoordeeld en de nieuwe gegevens onvoldoende concreet waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende oog heeft voor een integrale, procedure-overstijgende geloofwaardigheidsbeoordeling. Nieuwe elementen en bevindingen over geloofsgroei moeten in samenhang met eerdere verklaringen worden beoordeeld. De vreemdelingen moeten de mogelijkheid krijgen om ontoereikende verklaringen te compenseren met andere elementen zoals kennis en activiteiten.
De Afdeling benadrukt dat de ontvankelijkheidstoets bij opvolgende aanvragen strikt is, maar dat er weinig ruimte is om een aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren als nieuwe elementen relevant kunnen zijn. Ook moet de staatssecretaris terughoudend zijn met het afzien van een gehoor. De rechtbank had onterecht de aanvragen niet-ontvankelijk verklaard en de grieven van de vreemdelingen zijn gegrond verklaard. De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en de aanvragen ontvankelijk verklaard voor inhoudelijke beoordeling.