ECLI:NL:RBDHA:2023:19056
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en ontbreken bewijs
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel maar zijn aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
Eiser stelde dat hij vanwege problemen met zijn familie en die van zijn ex-partner niet terug kan keren naar Algerije. Hij erkende zijn dochter en legde een schuld van 30.000 euro bij een Staatsbank aan als reden voor mogelijke vervolging. De staatssecretaris achtte echter meerdere elementen ongeloofwaardig, mede door het ontbreken van documenten over huwelijk, dochter en lening, en wisselende verklaringen over vaderchap, duur huwelijk en omstandigheden van mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet onzorgvuldig handelde door geen medisch advies op te laten stellen en dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte waarom hij geen documenten kon overleggen. Ook vond de rechtbank de verklaringen over het vaderchap en de lening ongerijmd. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen.