ECLI:NL:RBDHA:2023:19057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling wegens facultatieve groep
Eiser, afkomstig uit Oekraïne, had tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 nadat hij in augustus 2022 asiel had aangevraagd in Nederland. De staatssecretaris heeft op 1 september 2023 besloten de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023, omdat eiser tot de facultatieve groep behoort die niet langer onder de doelgroep van de Richtlijn valt.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was om de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat hij vanwege zijn huwelijk met een Oekraïense vrouw die tijdelijke bescherming geniet, toch in aanmerking zou moeten komen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris wel bevoegd is en dat het huwelijk na de inval in Oekraïne is gesloten, waardoor geen sprake is van een gezinssituatie die onder de Richtlijn valt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin dezelfde lijn is gevolgd en ziet geen reden daarvan af te wijken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.