ECLI:NL:RVS:2024:69
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij zou worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit op hem van toepassing blijft. Dit verzoek kwam na een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op bescherming per 4 september 2023 zou eindigen.
Eerder had de voorzieningenrechter in een vergelijkbare zaak geoordeeld dat een andere derdelander uit Oekraïne bij wijze van voorlopige voorziening mocht blijven onder de tijdelijke beschermingsregeling. Naar aanleiding daarvan had de staatssecretaris aangegeven dat ook andere derdelanders uit Oekraïne zonder Oekraïense nationaliteit in Nederland mogen blijven totdat de Afdeling een eindoordeel geeft.
De vreemdeling valt onder deze groep, waardoor de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening treft. Het verzoek wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt niet behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming blijft gelden.