ECLI:NL:RBDHA:2023:19059

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
NL23.23548
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na niet-tijdig beslissen op aanvraag verblijfsdocument

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsdocument voor bepaalde tijd. Tijdens de procedure heeft de verweerder de aanvraag alsnog ingewilligd, waarna verzoekster het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.

De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, is hij aan het beroep tegemoetgekomen.

De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe en bepaalt dat de proceskosten op € 418,50 worden vastgesteld, gebaseerd op een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van € 184 aan verzoekster vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.F. Kreeftmeijer en is zonder zitting gewezen op 4 december 2023.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €184 aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23548

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , verzoekster

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor de verlening van een verblijfsdocument voor bepaalde tijd als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vreemdelingencirculaire (Vc).
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uit de kennisgeving van 13 september 2023 blijkt dat verweerder de aanvraag heeft ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en dat tijdens de aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft gedaan, is verweerder in zoverre aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.