ECLI:NL:RBDHA:2023:19066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming van Oekraïense asielzoeker door staatssecretaris
De zaak betreft het beroep van eiser, afkomstig uit Oekraïne, tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen op 4 september 2023. Eiser had asiel aangevraagd na de inval van Rusland in Oekraïne en viel onder de tijdelijke beschermingsregeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De staatssecretaris had eerder aangekondigd de tijdelijke bescherming te beëindigen omdat eiser tot de facultatieve groep behoort die niet langer onder de doelgroep van de Richtlijn valt. Eiser bracht zijn zienswijze in, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd was tot beëindiging en dat het besluit zorgvuldig is voorbereid, ook zonder individueel gehoor.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin de bevoegdheid van de staatssecretaris tot beëindiging van tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep is bevestigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.