ECLI:NL:RVS:2024:529
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 8 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 niet voortijdig kan worden beëindigd. De bescherming loopt volgens de richtlijn door tot 4 maart 2024. Het besluit van 25 augustus 2023 is daarom vernietigd.
De Raad van State veroordeelt de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die beroepsmatig rechtsbijstand heeft gekregen. De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij de vreemdeling informeert over het einde van de bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.