ECLI:NL:RBDHA:2023:19074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 29 augustus 2023 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot 8 september 2023 rechtmatig.
De beoordeling richtte zich daarom op de rechtmatigheid van de maatregel na deze datum. Eiser stelde dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) onvoldoende voortvarend handelde en dat het zicht op uitzetting ontbrak, mede omdat een laissez-passer op 25 juli 2023 was aangevraagd zonder resultaat. Verweerder stelde dat er voldoende voortvarendheid was getoond, met meerdere rappels aan het Marokkaanse consulaat en een lopend lp-traject.
De rechtbank concludeerde op basis van de voortgangsrapportage dat verweerder actief heeft gewerkt aan de uitzetting en dat er geen aanwijzingen zijn dat de Marokkaanse autoriteiten niet zullen meewerken. Ook faalde het beroep op artikel 59, lid 3, Vw omdat eiser geen documenten heeft om uitzetting te realiseren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.