Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], V-nummer: [Nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Documentenonderzoek
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteithebbende, heeft meerdere asielaanvragen ingediend in Nederland, waarvan de huidige vijfde aanvraag op 26 oktober 2019 werd ingediend. Ter onderbouwing van zijn asielrelaas overlegt hij een dreigbrief die hij recentelijk zou hebben ontvangen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de dreigbrief weliswaar nieuw was, maar geen nieuwe elementen bevatte die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
Bureau Documenten en het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau konden de authenticiteit van de dreigbrief niet vaststellen. Verweerder baseerde zijn oordeel op de verklaringen van eiser, die als algemeen en tegenstrijdig werden beoordeeld. Ook achtte verweerder het onlogisch dat een dreigbrief ruim 15 jaar na vertrek uit Irak zou zijn ontvangen, en vond hij de stelling dat de brief verband houdt met familieleden in Amerika onvoldoende onderbouwd.
Eiser voerde aan dat een contra-expertise zou plaatsvinden en dat verweerder had moeten informeren naar dit plan. De contra-expertise bevestigde echter het eerdere oordeel dat authenticiteit niet kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de dreigbrief geen nieuw element is dat de kans op bescherming aanzienlijk vergroot.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier W. van Loon op 1 december 2023 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.