ECLI:NL:RBDHA:2023:19157

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
NL23.19173
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen visumaanvraag

Verzoekster stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Bij besluit van 7 juli 2023 verklaarde verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond.

Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder door het alsnog beslissen tijdens het beroep aan het verzoek van verzoekster tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €184. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 december 2023.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.19173

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , verzoekster

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag tot verlening van een visum voor kort verblijf.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
Bij besluit van 7 juli 2023 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft het beroep hierop ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en dat tijdens de aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog heeft gedaan, is verweerder in zoverre aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.