ECLI:NL:RBDHA:2023:19163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd gedaan op 20 oktober 2022 en bevestigd door verweerder op 8 november 2022. Verweerder verlengde de beslistermijn met drie maanden, maar heeft daarna geen besluit genomen.
Eiseres stelde verweerder op 12 juli 2023 in gebreke en diende meer dan twee weken daarna beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank wijst op de bijzondere omstandigheden rond aanvragen gezinshereniging bij houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie voor motivering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een dwangsom bij overschrijding.