ECLI:NL:RBDHA:2023:19164

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
NL23.25059
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tijdens de procedure heeft verweerder het bezwaar bij besluit van 14 september 2023 kennelijk ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verweerder door het niet tijdig beslissen aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verzoeker toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten op €418,50 vast, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en griffierecht van €184 aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25059

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde. mr.M.R.F. Berte),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: A. van den Heuvel).

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op een door hem ingediend bezwaarschrift.
Verweerder heeft de het bezwaar bij besluit van 14 september 2023 kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en dat tijdens de aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft gedaan, is verweerder in zoverre aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht aan hem vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.