ECLI:NL:RBDHA:2023:19185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep inzageverzoek persoonsgegevens op grond van de Wet Politiegegevens
Eiser verzocht op grond van artikel 25 van Pro de Wet Politiegegevens (Wpg) inzage in zijn persoonsgegevens bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). Verweerder verstrekte inzage in twaalf mutaties met betrekking tot tweedelijnscontroles en signaleringen. Eiser betwistte de volledigheid en juistheid van de verstrekte gegevens, met name over een vermeende SIS-II-signalering en een ontbrekende tweedelijnscontrole van april 2022.
De rechtbank oordeelde dat de verwijzing naar een SIS-II-signalering berust op een vergissing van een medewerker van KMar, wat aannemelijk is gemaakt door het ontbreken van een melding aan Bureau Sirene en de toelichting van verweerder. Ook de ontbrekende mutatie over de controle in april 2022 werd toegeschreven aan een omissie, die niet leidt tot twijfel aan de zorgvuldigheid van het onderzoek.
Gegevens over eerstelijnscontroles en API-gegevens vallen onder de AVG en zijn onderwerp van een aparte bezwaarprocedure, waardoor deze buiten de beoordeling blijven. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit voldoende inzicht geeft in de persoonsgegevens en dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank wees het beroep af en liet het bestreden besluit in stand, zonder proceskostenvergoeding toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot inzage in politiegegevens wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.