ECLI:NL:RBDHA:2023:19221

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
23/5967
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzet tegen proceskostenvergoeding bij machtiging voorlopig verblijf

Opposant diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid in het kader van nareis. Na het niet tijdig nemen van een besluit stelde opposant beroep in, dat werd ingetrokken na een inwilligend besluit van de staatssecretaris. Opposant verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten, met name griffiekosten, welke door de rechtbank werden afgewezen.

Tegen deze afwijzing stelde opposant verzet in. De rechtbank beoordeelde of het buiten redelijke twijfel stond dat het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen moest worden. Opposant stelde dat hij griffiekosten had moeten betalen door nalatigheid van de staatssecretaris. De rechtbank oordeelde dat griffierecht niet onder proceskosten valt en dat vergoeding daarvan op grond van artikel 8:41 Awb Pro aan de staatssecretaris is opgelegd.

De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Tevens merkte de rechtbank op dat de staatssecretaris in een brief toezegde zowel de proceskosten als het griffierecht te vergoeden, ondanks dat deze brief niet aan opposant was gericht maar wel in het dossier aanwezig was. De rechtbank verwacht dat deze toezegging wordt nagekomen.

Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/5967 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2023 op het verzet van

[naam] , te Steenwijk, opposant

geboren op [geboortedatum] ,
van Braziliaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer]
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, geopposeerde.

Procesverloop

Opposant heeft op 14 februari 2023 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Opposant beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
Opposant heeft na het inwilligende besluit van 13 juni 2023 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek om geopposeerde te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, zijnde de griffiekosten.
Bij uitspraak van 20 juli 2023 heeft de rechtbank dat verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De rechtbank heeft het verzet op 29 november 2023 op zitting behandeld. Opposant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn referent en haar echtgenoot. Geopposeerde is niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat kosten die zien op het betaalde griffierecht geen proceskosten zijn.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen diende te worden.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij genoodzaakt was om de griffiekosten van € 184,- te betalen om een uitspraak te krijgen van geopposeerde. Deze kosten zijn veroorzaakt door nalatigheid en wanbeleid van geopposeerde door niet tijdig te reageren.
4. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 20 juli 2023. Ter zitting heeft de rechtbank opposant uitgelegd dat het beroepschrift niet is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De vergoeding van het griffierecht valt niet onder proceskosten. Zoals in de uitspraak staat is geopposeerde verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat geopposeerde in de brief van 17 juli 2023, welke brief door geopposeerde ten onrechte niet aan opposant is gestuurd, maar die zich thans wel in het dossier bevindt, heeft aangeboden toch proceskosten (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 184,-) te vergoeden. De rechtbank houdt het er dan ook voor dat geopposeerde deze toezegging zal nakomen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.