Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben op 8 december 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Verweerder stelde de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist. Eisers stelden verweerder op 27 juni 2023 in gebreke en dienden op 21 september 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft besloten en eisers rechtsgeldig in gebreke zijn gesteld. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval en stelt een nadere termijn vast.
Omdat het dossier nog niet compleet is vanwege een voorgenomen DNA-onderzoek, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van eisers.