Eiser heeft op 28 december 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij een referent. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiser op 17 juli 2023. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is verstreken en dat verweerder rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en is het beroep daarom kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie van de meervoudige kamer in Arnhem over bijzondere gevallen bij overschrijding van beslistermijnen bij gezinshereniging. Het dossier is compleet en nader onderzoek is niet nodig, zodat de Staatssecretaris binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 7.500,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.