Eisers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 6 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, besloot niet tijdig op deze aanvraag, ondanks een wettelijke beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden was verlengd.
Eisers stelden verweerder op 15 augustus 2023 in gebreke en dienden op 2 september 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was verstreken en dat het beroep daarom kennelijk gegrond was.
De rechtbank sloot zich aan bij eerdere jurisprudentie dat overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging een bijzonder geval is en bepaalde dat verweerder binnen acht weken na uitspraak alsnog moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 7.500 en stelde de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.