ECLI:NL:RBDHA:2023:19319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2022/22 en WBV 2023/3, waarmee de beslistermijn met negen maanden is verlengd voor asielaanvragen ingediend vanaf 27 september 2022 respectievelijk vanaf 1 januari 2023. Eiseres betwist de rechtsgeldigheid van deze besluiten en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is. Omdat eiseres haar aanvraag op 5 januari 2023 heeft ingediend, is de verlengde beslistermijn van toepassing en moet verweerder uiterlijk 4 april 2024 beslissen. De ingebrekestelling van 6 juli 2023 is dus prematuur, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend bij een verlengde beslistermijn.