ECLI:NL:RBDHA:2023:19419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 16 augustus 2023, waarin zijn recht op tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne werd beëindigd per 4 september 2023. De rechtbank beoordeelt in deze zaak of het beroep tijdig is ingediend.
De rechtbank constateert dat eiser het beroep op 18 september 2023 heeft ingediend, wat na de wettelijke termijn van vier weken is. Eiser betoogt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat hij pas op 13 september 2023 aan een gemachtigde is toegewezen en binnen twee weken daarna beroep heeft ingesteld. De rechtbank volgt dit betoog niet, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet eerder bekend kon zijn met het besluit. Ook had eiser binnen de beroepstermijn zelf kunnen proberen de inhoud van het besluit te achterhalen en rechtsbijstand te zoeken.
Daarnaast wees de rechtbank op een Engelstalige brief die bij het voornemen van 3 juli 2023 was gevoegd, waarin informatie stond over het besluit en de mogelijkheid tot het indienen van beroep en het verkrijgen van rechtsbijstand. Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat de termijnoverschrijding verwijtbaar is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier J.A. Hessels en op 11 december 2023 gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.