ECLI:NL:RBDHA:2023:19434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verhoging bijzondere bijstand voor woninginrichting
Eiser ontving bijzondere bijstand voor de inrichting van een nieuwe woning, bestaande uit twee primaire besluiten die samen een bedrag van €3.400,- omvatten. Hij betoogde dat dit bedrag ontoereikend is en verzocht aansluiting bij een hogere minimumbijdrage die geldt bij gedwongen verhuizingen vanwege renovatie.
Verweerder verwees naar de Leidraad Individuele Bijzondere Bijstand gemeente Den Haag 2021, waarin een richtbedrag van €1.750,- voor een alleenstaande is opgenomen, vermeerderd met €500,- per kind, en een extra bedrag van €650,- op grond van maatwerk. Verweerder stelde dat eiser onvoldoende objectieve en verifieerbare onderbouwing had geleverd voor een hoger bedrag en dat de genoemde renovatieregeling niet op zijn situatie van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op bijzondere bijstand, maar dat het door verweerder toegekende bedrag niet onredelijk is. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende concreet onderbouwd en het vertrouwensbeginsel faalt. De renovatieregeling ziet op een andere situatie en is niet relevant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. de Winter op 5 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.