ECLI:NL:RBDHA:2023:19436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft beoordeeld of het terugnameverzoek tijdig was ingediend en of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland kan worden toegepast. Hoewel eiser aanvoert dat de Eurodac-bevraging niet binnen de voorgeschreven 72 uur heeft plaatsgevonden, oordeelt de rechtbank dat deze termijn niet fataal is voor de verantwoordelijkheidstoewijzing. Het terugnameverzoek is tijdig ingediend binnen de termijn van twee maanden.
Eiser stelt voorts dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege tekortkomingen in het Duitse rechtsbijstandssysteem en opvangvoorzieningen. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat de drempel voor het niet toepassen van het vertrouwensbeginsel hoog ligt. De aangevoerde rapporten en artikelen geven geen aanleiding te veronderstellen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.