ECLI:NL:RVS:2022:1816
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 maart 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank zonder verdere motivering.
Daarnaast werd overwogen dat de rechtsbijstand aan vreemdelingen in Duitsland in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn, zoals door de rechtbank gemotiveerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.