Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische jongvolwassene, diende op 17 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser op 10 april 2022 illegaal Italië was binnengekomen.
Eiser voerde aan dat hij niet naar Italië overgedragen kan worden vanwege een circulair letter van de Italiaanse Dublin-Unit waarin tijdelijke opschorting van overdrachten wordt gevraagd, en verwees naar zijn bijzondere gezinsbanden in Nederland. Hij baseerde zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke opschorting een feitelijk overdrachtsbeletsel is dat niet leidt tot onrechtmatigheid van het besluit. De bijzondere omstandigheden van eiser, waaronder zijn gezinsbanden, zijn onvoldoende om de overdracht aan Italië te weigeren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.