ECLI:NL:RBDHA:2023:1948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 6 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 25 april 2022 illegaal Italië was binnengekomen. Op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening is Italië verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Italië reageerde niet binnen de termijn op het verzoek tot overdracht, waardoor de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt ten aanzien van Italië vanwege slechte behandeling, gebrek aan toegang tot een tolk en advocaat, en risico op indirect refoulement. Tevens verwees hij naar een circular letter die tijdelijke opschorting van overdrachten vermeldt. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de hoge drempel om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De tijdelijke opschorting leidt niet tot onrechtmatigheid van het besluit.
Verder werden de overige argumenten van eiser, zoals slechte behandeling en gebrek aan voorzieningen in Italië, onvoldoende onderbouwd en strookten niet met eerdere verklaringen. De rechtbank stelde dat eiser niet persoonlijk kan oordelen over de Italiaanse procedure omdat hij daar geen aanvraag heeft ingediend. Ook is gezinshereniging mogelijk en is er bescherming tegen refoulement. Klachten over Italië dienen bij Italiaanse autoriteiten te worden ingediend.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep af omdat verweerder terecht geen aanleiding zag om de verantwoordelijkheid aan zich te trekken wegens kennelijke hardheid. Het beroep is ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.