ECLI:NL:RBDHA:2023:19489
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid beroep
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, aangezien Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak is het beroep waarop dit verzoek betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard.
Gezien deze niet-ontvankelijkheid wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.