ECLI:NL:RBDHA:2023:1956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oeigoerse met Turkse nationaliteit wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiser, van Oeigoerse etniciteit en in het bezit van een Turks paspoort, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij in Turkije werd bedreigd door Chinese autoriteiten en vreest uitzetting naar China vanwege het frauduleus verkrijgen van zijn Turkse paspoort. Verweerder wees de asielaanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk gevaar loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de gegevens op het Turkse paspoort en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij de Chinese nationaliteit bezit. Ook werd geoordeeld dat de vermeende problemen in Turkije niet kwalificeren als vervolging in de zin van de Kwalificatierichtlijn. De stelling dat eiser mogelijk ontvoerd zou kunnen worden door Chinese autoriteiten werd niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees het verzoek om aanhouding af en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep op asiel is ongegrond verklaard en verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.