Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2023:4219.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanese vreemdeling zonder identificerende documenten, werd op 5 november 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat de ophouding op een onjuiste wettelijke grondslag berustte en dat voorafgaande toestemming van het Openbaar Ministerie ontbrak. Tevens stelde hij dat hij niet correct was geïnformeerd over de redenen van bewaring zoals vereist in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw was opgehouden omdat hij geen identificerende documenten bezat en zijn identiteit niet anderszins kon worden vastgesteld. Er was geen lopend strafonderzoek, zodat toestemming van het OM niet vereist was. Hoewel de informatieplicht bij uitreiking van de maatregel niet schriftelijk werd nageleefd, was eiser voorafgaand aan de bewaring met behulp van een tolk mondeling geïnformeerd en begreep hij de redenen, waardoor de schending niet leidde tot onrechtmatigheid.
Verder achtte de rechtbank de gronden voor bewaring, zoals risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting, voldoende gemotiveerd. Verweerder werkte voortvarend aan uitzetting en er was zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.