ECLI:NL:RVS:2023:4180
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informatieplicht bij inbewaringstelling vreemdeling volgens artikel 5.3 Vb 2000
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 30 januari 2023 en 1 februari 2023 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000, omdat de vreemdeling niet schriftelijk en in een taal die hij verstaat werd geïnformeerd over de redenen van de bewaring en zijn rechten.
De staatssecretaris voerde hoger beroep en stelde dat de informatieplicht wel werd nageleefd via mondelinge vertaling door een tolk en de inzet van rechtsbijstand. De vreemdeling voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een geldige informatieverstrekking.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de informatieplicht schriftelijk en in een begrijpelijke taal moet worden nageleefd, en dat mondelinge vertaling en inzet van rechtsbijstand dit niet vervangen. Desondanks oordeelde de Afdeling dat de belangen van de bewaring zwaarder wegen dan het gebrek en dat de vreemdeling niet in zijn belangen is geschaad, mede doordat hij effectief rechtsmiddelen kon aanwenden.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis waarin de staatssecretaris werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan de vreemdeling, maar bevestigde het overige oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en vernietigt het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris tot proceskosten is veroordeeld.