Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, werd op 6 november 2023 geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 20 november 2023.
Eiser voerde aan dat de maatregel niet aan hem was uitgereikt, omdat deze niet bij de fouillering werd aangetroffen. De rechtbank verwierp dit bezwaar, omdat uit het document bleek dat een afschrift onmiddellijk aan eiser was uitgereikt en zijn enkele stelling onvoldoende was om dit te betwijfelen. Daarnaast stelde eiser dat de uitreiking niet voldeed aan de informatieplicht van artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit, omdat hij niet schriftelijk in een taal die hij verstaat was geïnformeerd. Hoewel deze plicht was geschonden, leidde dit niet tot onrechtmatigheid van de maatregel, mede omdat voorafgaand aan de bewaring met behulp van een tolk de redenen waren toegelicht en eiser aangaf deze te begrijpen.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor de maatregel, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. De overige gronden behoefden geen bespreking meer. De ambtshalve toetsing bevestigde dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.