Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2], V-nummers: [V nummer 2] en [V nummer 3] ,
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De reden hiervoor was dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek, conform de Dublinverordening.
Tijdens de zitting op 11 juli 2023 hebben partijen hun standpunten toegelicht. Eiseres stelde dat zij niet onder de verantwoordelijkheid van Frankrijk valt omdat zij Europa is binnengekomen met een vals paspoort of een paspoort van iemand anders, en verwees naar artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde echter dat volgens artikel 12, vijfde lid, van de Dublinverordening het feit dat een visum is afgegeven op basis van een valse identiteit geen belemmering vormt voor het toewijzen van de verantwoordelijkheid aan de lidstaat die het visum heeft afgegeven.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en dat Nederland een verzoek tot overname aan Frankrijk heeft gedaan dat is aanvaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.