ECLI:NL:RBDHA:2023:19623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland Duitsland verantwoordelijk acht voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2023 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde afwezig waren. De rechtbank beoordeelde of verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen, mede aan de hand van de door eiseres aangevoerde gronden.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening, omdat zij afhankelijk zou zijn van haar broer en moeder die in Nederland verblijven en haar ondersteunen bij het verwerken van traumatische gebeurtenissen in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat de familieband niet wordt betwist, maar dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van medische of feitelijke afhankelijkheid zoals vereist onder artikel 16.
Ook voor toepassing van artikel 17 zag Pro de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.