ECLI:NL:RBDHA:2023:19628
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin Duitsland
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een verwante zaak op 11 juli 2023 behandeld, waarbij verzoekster niet is verschenen wegens verhindering.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.18649) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Skerka en griffier K.F.K. Hoogbruin op 20 juli 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.