Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
2 september 2021.
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam als dikwandig CV-monteur, ontving een Ziektewet-uitkering vanwege rugklachten. Na hernieuwde ziekmelding en medisch onderzoek besloot het UWV de uitkering te beëindigen per 2 september 2021, omdat eiser niet langer ongeschikt zou zijn voor zijn werk.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat zijn rugklachten ernstig zijn en dat een MRI-scan meer duidelijkheid zou geven, maar de huisarts wilde hem niet doorverwijzen. Ook stelde hij dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met de vastgestelde slijtage en dat hij financieel niet in staat was een onafhankelijk onderzoek te bekostigen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en inhoudelijk juist was, dat de rapporten van de verzekeringsartsen consistent en goed gemotiveerd waren, en dat er geen objectief bewijs was dat de klachten van eiser medisch verklaard konden worden. Het beroep op het arrest Korošec werd verworpen omdat eiser voldoende gelegenheid had gehad tot betwisting.
De rechtbank concludeerde dat de Ziektewet-uitkering terecht per 2 september 2021 is beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 2 september 2021.