ECLI:NL:RBDHA:2023:19760
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Kroatië vanwege mensenrechtenschendingen, pushbacks en politiegeweld, onderbouwd met rapporten en eerdere jurisprudentie. Hij stelt ook dat hij zelf in Kroatië mishandeld is en een uitzettingsbrief heeft ontvangen.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser aannemelijk moet maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een reëel risico vormen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht van dit vertrouwensbeginsel is uitgegaan, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de Europese Commissie.
De rechtbank acht de aangevoerde rapporten en de persoonlijke situatie van eiser onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook het ontbreken van de uitzettingsbrief en de mogelijkheid voor eiser om klachten in Kroatië te uiten, spelen mee. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.